Roestvast staal is een staalsoort die uit verschillende legeringen bestaat, maar minimaal 12% chroom bevat. Het heeft het vermogen om een beschermende oxidehuid te vormen. Deze oxidehuid zorgt voor de corrosiewerende eigenschappen waar RVS bekend om is.

Er zijn meerdere soorten roestvast staal die in groepen verdeeld kunnen worden.
De meest voorkomende RVS staalsoorten zijn de 304 en 316 uit de ASTM 300 serie. Deze staalsoorten behoren tot de groep van de austenitische roestvaste stalen.

De oxidehuid van het RVS is een dunne en kwetsbare laag en kan dus snel beschadigen. Deze beschadigingen treden op in de constructiefase, bij vreemd ijzercontaminatie of door transport.

Met het beitsen van RVS worden lasverkleuringen verwijderd, lossen vreemd ijzer- en chloride-deeltjes op.
Na het beitsen en het volledig verwijderen van de verontreinigingen herstelt zich de chroomoxide huid spontaan aan de buitenlucht tot het oorspronkelijke niveau van het materiaal (passiveren). Een proces van minimaal 24 uur.

Het beitsen van RVS kunnen wij op twee manieren doen, namelijk d.m.v. dompelen en innevelen(= sproeibeitsen).
Bij het dompelen wordt het product volledig ondergedompeld in de proces vloeistof.
Sproeibeitsen wordt toegepast als het niet mogelijk is om het object te dompelen doordat het niet voldoende doorspoelbaar is, te groot voor het dompelbad of dat de binnenkant niet in aanraking mag komen met de procesvloeistof.